Maharaj: Wanneer je je niet meer identificeert met lichaam-denken- voelen, ben je het gemanifesteerde beginsel, de Zijnstoestand. Je bent dan geen persoonlijkheid meer, maar uitsluitend bewustzijn.
Wanneer je in die staat van bewustzijn bent, ben je in een positie om de gedachtenstroom te observeren; je observeert alle gedachten die zich aandienen - jij staat buiten die gedachten. Je identificeert je er niet mee. En omdat je het lichaam en zijn handelingen observeert, maak jij daar geen deel van uit; je staat los van het lichaam. Dan ben je in bewustzijn: dat is het eerste stadium. Wanneer je uitsluitend bewustzijn bent, ben je het hele gemanifesteerde bestaan. Dát moet gerealiseerd worden. Dan, ervan uitgaande dat je bent, is alles er: je wereld en je God. Jij bent de eerste oorzaak, de eerste vereiste voor al het andere dat bestaat, of het nu je God of je wereld betreft. Jij verwijlt in bewustzijn. In je aandacht zou alleen bewustzijn moeten zijn. Dat is meditatie.
Maharaj: Verblijf in 'ik ben' en de bron van alle kennis welt in je op en openbaart het mysterie van het heelal. Tijdens dat openbaringsproces zal je individuele persoonlijkheid, die beperkt is tot je lichaam, zich verruimen tot het gemanifesteerde universum. Je zult je realiseren dat jij het universum met jouw 'lichaam' doordringt en omarmt. Dat staat bekend als 'Zuivere Hoogste Kennis'. Ondanks alles weigert de geest, zelfs in de schitterende zuivere staat, te geloven dat hij geen entiteit is.
Nu de volgende stap. Ben je in een positie om bewustzijn te observeren? Dat is ook de laatste stap. Wanneer je in een positie bent om bewustzijn te observeren of er getuige van te zijn - en uiteraard ook van de levenskracht (de adem), het lichaam en zijn handelingen - dan sta je, dankzij die observatie, buiten dat bewustzijn.
Maharaj: Nu komen we tot een zeer subtiel punt. Wat is er in jou dat die kennis dat 'je bent' - of van jouw standpunt bekeken 'ik ben' - begrijpt, zonder dat er een naam, een benoeming of een woord bij hoort?
Nestel je in dat meest innerlijke centrum en neem de kennis 'ik ben' waar en 'wees alleen maar'.
Bezoeker: Mijn geest is rustig, maar aandachtig. Ik kijk naar dit 'ik ben'.
Maharaj: Je bent tot het stadium van 'ik ben' gekomen, maar je moet je bestemming nog bereiken. Dat kan alleen wanneer aandacht in aandacht opgaat. Als ze zichzelf had verzwolgen, zou je hier niet zijn gekomen.
Bezoeker: O, ik begrijp nu dat ik mijn aandacht had moeten 'uitkauwen'.
Maharaj: Ja. Je bent vastgelopen in het stadium van aandacht. Aandacht moet helemaal verteerd worden. Je spreekt nu vanuit de kennis 'ik ben', die tijdgebonden en tijdelijk is.