Alexander Smit werd in 1948 geboren in Rotterdam. Hij groeide op in een stad die praktisch plat gebombardeerd was. Vanaf zijn vroegste jeugd had hij intense belangstelling voor filosofische levensvraagstukken en muziek. Toen hij 15 jaar oud was, kreeg hij een openbaring die zijn leven volledig veranderde. Via dat wat in gang was gezet, kwam hij in contact met Yoga en de oprichter van de Stichting Yoga Nederland, Dokter Rama Polderman, nam hem in 1968 onder zijn hoede. Rama Polderman bracht Alexander ook op het spoor van de Advaita Vedanta, een Indiase spirituele traditie. De Indiase filosofie ‘Advaita Vedanta’, wat zoveel betekent als ‘het laatste’, daar waar alle ‘weten’ ophoudt, is het laatste ‘systeem’ van de Indiase filosofie. De ‘Advaita Vedanta’ wordt gesteund door drie belangrijke pilaren: de Upanishads, de Bhagavat Gita en de Ashtavakra Samhita. Westerse grootheden als Kant, Schopenhauer, Hesse en Jung hebben zich laten inspireren door deze werken.
Vervolgens ontmoette hij een aantal leermeesters, onder wie Krishnamurti, Swami Ranganathananda en later Jean Klein, Douglas Harding, John Levy, Wei Wu Wei, en vooral Wolter A. Keers.
In 1978 ontmoette hij zijn Satguru Sri Nisargadatta Maharaj uit Bombay. Bij Maharaj werd hem volmaakt duidelijk wat hij zijn hele leven feitelijk gezocht had. Dankzij Maharaj kwam hij tot de uiteindelijke Bevrijding.
Na de intensieve training en het direct onderricht van Maharaj, gaf deze Alexander de opdracht om in het Westen een ieder die naar Zelf-realisatie verlangde onderricht te geven op het pad van de Advaita Vedanta. Sinds die tijd gaf hij wekelijks bijeenkomsten, vooral in Baarn waar het altijd bomvol was. In de zaal zaten altijd wel enkele psychiaters en ook bekende musici. In zijn grachtenpand in Amsterdam gaf hij geregeld gitaarconcerten en indiase muziekvoorstellingen. Nog in de kracht van zijn leven overleed hij in 1998 op 49-jarige leeftijd aan een hartstilstand.