Randolph: “Ik ben het Levende Onveranderlijke. Misschien is mijn Ware aard alleen maar in schijnbare paradoxen of via metaforen uit te drukken. Ik ben het Levende wat letterlijk niet te beschijven is en altijd puur, onaangetast en onveranderlijk blijft. Hoe kan het water in een rivier of in de oceaan beschreven worden? Een rivier kenmerkt zich door de oevers, een oceaan door de continenten die het omringt, maar hoe kun je levend, schitterend water beschrijven? Iets levends is nog geen seconde hetzelfde. Heb je ooit geprobeerd om levend water vast te leggen? Als je het probeert te grijpen of te begrijpen glipt het tussen je vingers door. Het kenmerk van het levende is dat het niet vast te leggen is. Voor het levende bestaat er geen moment opname. Dezelfde ongrijpbaarheid en onbeschrijflijkheid gelden voor mijn Onveranderlijkheid. Ondanks dat een rivier bepaald wordt door de oevers en een oceaan door de begrenzing van continenten, blijf water overal hetzelfde.
Uiteindelijk schiet iedere metaforische uitdrukking natuurlijk tekort, want alleen dat wat grenzen heeft en binnen tijd en ruimte bestaat kan ‘contained’ worden. Hoe kan dat wat geen grenzen heeft in een ‘container’, in de vorm van denkbeelden, gevoelens en sensaties geplaatst worden. Geen enkele ervaring is toereikend en komt op geen enkele manier bij mijn ervaringsloosheid in de buurt. Heb je wel eens letterlijk geprobeerd om op water te schrijven? Laat staan dat ik mezelf zou kunnen beschrijven, want hoe kan dát wat helemaal niet ‘contained’ kan worden, worden beschreven? Hoe kan er over dát wat niet bevat kan worden, wat niet belichaamd kan worden en geen container of behuizing heeft, ook maar iets gezegd worden? Het enige wat overblijft en wel mogelijk is, is dat je in mijn ogen je essentie herkent. Darshan noemen ze deze directe overdracht in het Oosten.”
Vraag: “Toch wil ik een beschrijving van wie je bent op papier, zodat ik het anderen kan laten lezen.”
Randolph: “Wat je in wezen wilt weten is wat mijn achtergrond is en wat mijn realisatie is. Wil je een feitelijke beschrijving of een poëtische?”
Vraagsteller: “Beide!”
Randolph: “Oké, eerst de feitelijke beschrijving. Mijn vriendin heeft daar een keer iets over opgeschreven.”
Kim: "Zijn hele leven lang verlangde Randolph ernaar om er achter te komen wat het geheim is dat schuil gaat achter het bestaan en het Mysterie van leven en dood. Toen hij twintig was besefte hij dat er aan de basis van zijn leven fundamenteel iets niet klopte. Hij had zich nooit werkelijk thuis gevoeld in dat wat als zijn ‘persoonlijkheid’ door het leven ging. De dag dat hij besefte dat geen enkele gebeurtenis of activiteit hem blijvende vervulling kon geven, begon zijn zoektocht. Hoe verdwaalt hij soms in het bestaan ook was; op de één of andere manier wist hij intuitief dat zijn leven ook in een volkomen ander licht plaatsvond. Een Licht waarin alles zich in Heelheid, Volledigheid, Waarachtigheid en absolute Liefde voltrekt. Vanaf het moment dat hij met heel zijn hart en ziel begon te zoeken, werd hij onweerstaanbaar geroepen en voelde hij een brandend verlangen om in het Licht van het Goddelijke Mysterie op te lossen. Uiteindelijk werd deze roep beantwoord en eindigde zijn zoektocht. Via de Sat-realisatie, het einde van Zijn, werd zijn aandacht opgenomen in verlorenheid en via de Siddha-realisatie van het Stralende Hart herrees zijn aandacht als het pure Stralende...
Tijdens zijn studies psychologie en bewegingswetenschappen (1981-1987) bestudeerde Randolph de westerse en oosterse mystiek. Voor de westerse mystiek liep hij stage bij Elizabeth Haich (zie o.a. het boek ‘Inwijding’) en voor de oosterse mystiek liep hij een yoga-stage (1986) bij Raja Selva Yesudian, een van de eerste yogi’s die naar Europa kwam. Yesudian was een leerling van Sri Ramana Maharshi; hij innitieerde Randolph in het Stralende Hart. Tijdens en na zijn afstuderen als psycholoog en psychomotorische therapeut ging hij een aantal jaren in de leer bij de druïde Hans Wesseling. Bij hem voltooide Randolph zijn yogaopleiding en raakte hij geïnteresseerd in Jnana-yoga, de yogavorm die zich richt op Zelfrealisatie.
Achttien jaar geleden (1989) ontmoette Randolph de Nederlandse Advaita Vedanta leermeester en Jnani Alexander Smit, een directe leerling van Sri Nisargadatta Maharaj. Na drie jaar intensief kontact met Alexander keerde voor Randolph het tij, eindigde zijn zoektocht en realiseerde hij op 33 jarige leeftijd wie hij is. Met het verdwijnen van zijn zoektocht en de ontdekking van zijn Ware Natuur was zijn ‘realisatietocht’ begonnen. Er volgde een twaalf jaar lang durend proces waarin op organische wijze iedere aandachtsvorm werd opgenomen in het Hart om uiteindelijk daarin definitief en volledig verloren te raken en als het Stralende te herrijzen. In wat hij noemt ‘het aandachtsabsorptie- en herijzingsproces van het Stralende Hart’, doorzag hij de worstelingen van de mensheid in zijn eeuwen lange zoektocht naar zichzelf en trokken alle spirituele valkuilen voorbij. Ook zag hij waar alle spirituele paden van de grote tradities eindigen. In zijn tweede uitgave ‘Meester Cheng,Vingerwijzingen voorbij de Zon en de Hemel, Deel II: De Vrijheid na verlichting’ maakt hij op poëtische wijze duidelijk wat er na Verlichting nog allemaal met je kan gebeuren.
Sinds drie jaar leeft hij Open Satsang in Den Dolder en Lage Vuursche. In die drie jaar trokken alle spiegelsferen rondom leermeesterschap aan hem voorbij: de verwachtingen van mensen, de ophemeling en neerhaling, de roddels, de mogelijkheid tot isolatie... Met de geboorte van ons zoontje Bodhi Sky voelde hij recentelijk dat hij met Open Satsang een groter publiek wilde gaan aanspreken. Randolph is pas in het openbaar gaan spreken nadat zijn realisatie volledig was en de ketenen met de mind definitief waren verbroken. Omdat naar zijn ervaring Verlichting pas het begin is en slechts het voorportaal van de Stralende werkelijkheid die we als Essentie zijn, is zijn advies naar zijn leerlingen dan ook om eerst 'de hele weg' te bewandelen en niet 'halverwege de berg' bij het ontwaken in Verlichting te blijven steken. Voor een volmaakte (Sat- en Siddha-) realisatie dient niet alleen ‘Advaita’ (eenheid) gerealiseerd te zijn, maar ook ‘Vedanta’, de uitdoving van Zijn. Met de oplossing van de Verlichtings-fase, in de duisternis van Zijn en voorbij de droomtheaters van de mind, ligt het Stralende Hart klaar om herontdekt te worden. In zijn aankomende boek ‘Je Spirituele Erfenis, de levensboom van de directe overdracht’, laat hij aan de hand van vier documenten de essentie van Sri Ramana Maharshi, Sri Nisargadatta Maharaj, Alexander Smit en zichzelf zien en maakt hij duidelijk wat zij in zijn ogen werkelijk te bieden hebben. Bovendien beschrijft hij hierin de drie type realisaties die er mogelijk zijn: ‘Advaita’ , ‘Vedanta’ en ‘Siddha’ oftewel: de Eenheid van Zijn, het Absolute en het Volmaakte."
Vraag:“Wat is de poetische versie van je realisatie?”
Randolph: “Een poetische beschrijving van mijn eerste ontwaken vind je terug in mijn nog te publiceren boek ‘De realisatie van het Onmiddellijke’. Hier volgt het citaat:
Het ontwaken
Soest, Pijnenburg, 1990.
Op een bankje aan de rand van het bos.
"Het is voorjaar. De lente van mijn nieuwe leven. Na de duisternis van de winter is dan wis en waarachtig het zonlicht doorgebroken. De eeuwige weidevelden kennen geen einde, zij worden niet begrensd door de bosrand. Terwijl ik hier op het bankje zit voel ik hoe de voorjaarszon mijn witte gezicht verwarmt en de kille winterse kou van eonen zoeken verdrijft. Wie had ooit voor mogelijk gehouden dat de zoektocht die Randolph heette tot zijn einde is gekomen, en nog wel in de kracht van mijn leven. 'All is well', weergalmt er in mijn universum. Wonder boven wonder heb ik mezelf weer ontdekt als deze weldadige bron van het leven. Dit is het levenselixer dat ongetemd en onbeperkt opwelt uit de peilloze diepte van mijn onmiddelijkheid. Ik dans en baad in deze overvloed.
Het is de levenskracht die in mij als pure levenslust huishoud en buiten mij als krokusjes uit de grond uit schiet. Dit is de viering van het leven. De ontluikende bloesems steken in overweldigende trossen sterk af tegen de immens blauwe lucht. Er is mij door mijn geliefde medogenloze leermeester Alexander Smit een nieuwe naam gegeven. Het betekent ‘starting to flower’. De volheid en openheid is weer terug. Er is geen onderdak meer nodig. Iedere verschuiling is in deze natuurlijke naaktheid onnodig en onmogelijk geworden. Er wordt met volle teugen genoten van de magie van het moment. Er ligt niets achter mij of voor mij. Wat is, is het onbekende avontuur zonder bestemming.
Voor Nu is geen enkele voorwaarde nodig. Geen voorbereiding, geen zuivering, geen rijping… Nu is onvoorwaardelijk. Al die voorwaarden zijn verzinsels van ‘zij die er over heen kijken’. Het zijn zelf opgelegde beperkingen van de mind, misschien wel om de angst voor de absolute vrijheid die in het ‘onbekende’ ligt te vermijden of om de pijn die op het hart ligt uit de weg te gaan. Wegen en Paden zijn slechts excuses. Ze zijn het uitstel om te ervaren wat er op het hart ligt. Voor dit onvoorstelbare Nu is geen ‘oplossing’ of ‘transformatie’ nodig. Het is de onderstroom van ieders leven. De onderstroom die altijd klaarligt om ontdekt te worden en in het brandpunt van de aandacht op de voorgrond geleefd kan worden. Het toont zich als een blad dat in der wind omslaat en de andere kant laat zien.
Dit in het brandpunt van de aandacht komen is ‘het leven’ van het ‘onmiddellijke’ en de ‘realisatie’ van ‘het universele’. Dit Nu is de onmiddellijke vervulling. Het heeft genoeg aan zichzelf. In dit Hier en Nu wordt iedere belofte ingelost. Ik huil en lach veel. Mijn houdingen ten opzichte van de ervaring verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dit is het! En dit, en dit…
Hoe heb ik ooit afstand van deze intensiteit kunnen nemen. De illusie van het persoonlijke veronderstelde slechts dat dit het volle leven niet aankon. Ik zie de dramatiek van het zoeken. Duizenden jaren van verwarring en onnodig menselijk leed. Ik doorzie al de valkuilen van de mind: spiegelwerelden om eindeloos in te verdwalen. Het zoeken is dé manier om niet te vinden. Zoeken is een ziekte: de ‘zoekte’. Ik overzie alle wegen en paden en heb ontdekt waar en waarin ze allemaal eindigen: in de Ene realiteit, in MIJ!
In de naaktheid van dit moment verbleken alle oude patronen. Mijn extatische vreugde en verdriet vallen als douwdruppels fris en telkens opnieuw naar beneden. Parels en diamanten in het groene gras. Er is nog altijd de mogelijkheid tot keuze. Zo kan aandacht gericht worden op beelden van een vroeger leven, maar het blijven slechts beelden, dooie plaatjes in het foto album van mijn mind. Er is geen lol meer aan hun levenloosheid, het heeft zijn bekoring verloren. Minds belofte is gebroken. Alle verhaaltjes zijn voorbij. Dat wat ik in mijn verwarring vroeger had weerstaan, verschijnt zo fris als een hoentje spontaan voor mijn voeten. Ervaringen komen als bloemen in mij op of drijven als pure witte waterlelies in mijn onmetelijke oceaan, net zolang totdat mijn aandacht, nieuwsgierig als het is naar hun tedere hartje wordt gelokt, om te ervaren wat zij mij te vertellen hebben.
Met iedere ademtocht zwelt mijn liefde voor dit levende. I am so falling in love with now, now, now. Falling, falling, …ever falling in Love…
Oh, deze brandende liefde. Dit innerlijke vuur dat uiterlijke vlam vat en ook zij die te dicht bij mijn extase in de buurt komen aansteken.
Ik kan als ik dat spel wil spelen, iedere identiteit aannemen. Don Johnson van Miami Vice lijkt me wel wat. Ik trek mijn versleten trainingspak uit en verruil het voor een gloednieuw Vice-pak uit de winkel. Op straat kijkt iedereen me aan. Mijn witte T-shirt steekt goed af tegen mijn gouden horloge. Ik voel me hoe ik me wil voelen.
'Willen' of 'niet willen' doen er niet toe. 'Doen' of 'niet doen' maken voor mijn Realiteit geen enkel verschil. Ik ben vogelvrij van iedere norm en waarde. Los van God en de Duivel. Ik ben vrij van alle tegendelen. Alles is losgelaten en in een permanent oneindig vrij val. Dan komt er in me op: “wat wil ik nog meer?” Meteen wordt het me duidelijk: “een vriendin en zaken doen”. Al mijn verlammende eisen zijn naar de vuilnisbak verdwenen. Ik ken geen angst meer om te leven. Voor mij bestaat er geen dag van morgen, alles is Nu, ook het idee van morgen verschijnt nu. Ik ben als een groot kind in de speelgoedwinkel die leven heet. Mijn leven is het Wat ik zocht was niet iets wat moest komen, nu heb ik het herkend: wat ik zocht en vond was de perfectie van dat alles precies zo moet zijn zoals het is. Dat is de vervulling. Ik kon de mensheid niet achter mij laten in wat ik als ellende ervoer. Ook kon ik hen niet achter laten door mij in een één of andere verlichtte staat te laten neer vleien. Ik heb in dit volmaakte, niets en niemand de rug toegekeerd. Ik heb juist het geluk gevonden in dat wat is zoals het is. Ik hoor met mijn oren, maar versta vanuit mijn ganse ziel. Ik kijk met mijn ogen, maar zie met heel mijn hart. Er trekt een groepje ganzen voorbij, roepend in de eindeloosheid van mijn ontvlamde zonondergang. Ik voel me eindeloos begeestert door het onbekende avontuur...........…”
Vraag:“Wat is aan jouw eerste ontwaken vooraf gegaan? Hoe is het allemaal op gang gekomen?”
Randolph: “Ooit kreeg ik een gedicht ‘de profeet’ onder ogen van Kahlil Gibran over Liefde. Ik vroeg mij na het lezen van dit gedicht af wat ik nu wilde, ‘contained Love’ of ‘Oncontained Love’? De onontkoombare keuze viel op ‘Oncontained Love’. Sinds die tijd is alles in beweging gekomen. Hier volgt dat gedicht:
“Toen zei Almitra: Spreek tot ons over liefde.
En hij hief het hoofd en zag de mensen aan
en er viel een diepe stilte over hen.
En met een grote stem zei hij:
Wanneer de liefde wenkt, volg haar,
al zijn haar wegen zwaar en steil.
En zo haar vleugelen je omhullen, laat je gaan, al zou het zwaard, verborgen in haar veren, je verwonden.
En zo zij tot je spreekt, geloof haar,
ook al verstrooit haar stem je dromen, zoals de noordenwind je tuin verkeren doet in dorre woestenij.
Want zo de liefde je kroont, zij kruisigt je ook. En al dient zij tot je groei, zij snoeit je evenzeer.
En zo zij opstijgt tot je hoogste en je teerste
takken streelt, die trillen in de zon, zij daalt ook
af naar je wortelen en rukt hun houvast
van de aarde los.
Als korenschoven gaart zij je bijeen.
Zij dorst je tot je naakt bent.
Zij want je tot je vrij bent van het kaf.
Zij maalt je tot je blank bent.
Zij kneed je tot je buigzaam wordt;
En geef je over aan haar heilig vuur, opdat je
worden zult tot heilig brood voor Gods heilig feest.
Al deze dingen doet de liefde, opdat je kennen
moogt het verborgene van je hart en daardoor
worden zult een deel van’s levens hart.
Maar zo je in je angst alleen haar vrede en haar
genoegen zoeken zou,
dan deed je beter je naaktheid te bedekken en van
liefde’s dorsvloer weg te gaan,
de seizoenloze wereld in, waar je zult lachen, maar
niet je volle lach, en wenen, maar niet al je tranen.”
Vraag:“Je spreekt over je eerste ontwaken. Is er dan nog een ander ontwaken?”
Randolph: “Ja, je zou kunnen zeggen dat met het opgeven van de laatste verkramping, de verlichting zelf, er nog een ander ontwaken bestaat. De ontwaking in de verlorenheid van het Stralende. In die allerlaatste fase van verlichting zie je vaak dat mensen wel het licht in de ogen hebben, maar het is nog ‘contained’ licht. Er is vrijheid, maar er is nog geen bevrijding van vrijheid. Het licht wordt nog bevat en omvat, het licht zelf is nog niet vrij gegeven. Het is nog geen pure ‘on-containde’ straling. Er heerst nog een ‘serieusheid’ en ‘stijfheid’. Het is niet ‘out of control’. Bij hen die dat loslaten van verlichting wel heeft plaatsgevonden heerst een soort onschuldige, ontembare en onbevangen kinderlijkheid. Er vindt geen expansie meer plaats. Alle containers zijn geëxplodeerd, alles is vrij gegeven. Er bestaan geen ‘serieuze’ ideëen meer over bijvoorbeeld het lot van de mensheid, verlichting, de mind, waarheid…
Een van onze oude lichtbroerders, Jezus, bracht dit onder woorden met ‘gij zult gelijk zijn als het kind’.
In this high place it is
as simple as this
Leave everything you
know behind
Step toward the cold
service
Say the old prayer of
rough love and
open both arms
Those who come
with empty hands will
stare into the lake
astonished
There, in the cold light,
reflecting pure snow
The true shape of your
own face
Randolph is een Satguru en Siddha-guru
uit de tradities van:
Ramana Maharshi ~ Selva Raja Yesudian
Nisargadatta Maharaj
~
Alexander Smit
Randolph behoort tot een nieuwe generatie leermeesters:
geestig, dynamisch,
direct en ongecom-pliceerd.
Op een speelse manier wordt op één avond duidelijk, waar je voorheen altijd over heen had gekeken